De of het bebouwingsdichtheid?

Het juiste lidwoord is:

de bebouwingsdichtheid

  • Meervoud: de bebouwingsdichtheden
Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis (bouwkunde) de oppervlakte van de gebouwen op een gebied per oppervlakteeenheid van dat gebied

Zo gebruik je bebouwingsdichtheid

Met lidwoordde bebouwingsdichtheid
Dit of dezedeze bebouwingsdichtheid
Dat of diedie bebouwingsdichtheid
Ons of onzeonze bebouwingsdichtheid
Jouwjouw bebouwingsdichtheid
Elk of elkeelke bebouwingsdichtheid
Welk of welkewelke bebouwingsdichtheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bebouwingsdichtheid, de grote bebouwingsdichtheid
Meervoudde bebouwingsdichtheden, deze bebouwingsdichtheden

Voorbeeldzinnen met bebouwingsdichtheid

  • Daarbij zijn er in Nederland veel boringen op korte afstand van elkaar nodig, wat vanwege de hoge bevolkings- en bebouwingsdichtheid moeilijk is.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).