De of het bebbel?

Het juiste lidwoord is:

de bebbel

  • Meervoud: de bebbels
Betekenis orgaan waarmee mensen spreken (voornamelijk in onderstaande uitdrukking)

Zo gebruik je bebbel

Met lidwoordde bebbel
Dit of dezedeze bebbel
Dat of diedie bebbel
Ons of onzeonze bebbel
Jouwjouw bebbel
Elk of elkeelke bebbel
Welk of welkewelke bebbel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bebbel, de grote bebbel
Meervoudde bebbels, deze bebbels

Voorbeeldzinnen met bebbel

  • ‘Zever niet!’ ‘Niks van. Alleen miserie heb je met dat mens!’ ‘Hou je bebbel nu eens alletwee!’

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).