De of het basisvertrouwen?

Het juiste lidwoord is:

het basisvertrouwen

Betekenis het geloof dat iemand in weze te vertrouwen is

Zo gebruik je basisvertrouwen

Met lidwoordhet basisvertrouwen
Dit of dezedit basisvertrouwen
Dat of diedat basisvertrouwen
Ons of onzeons basisvertrouwen
Jouwjouw basisvertrouwen
Elk of elkeelk basisvertrouwen
Welk of welkewelk basisvertrouwen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot basisvertrouwen, het grote basisvertrouwen

Voorbeeldzinnen met basisvertrouwen

  • Waar was het basisvertrouwen in hem, dat er in iedere arts moet zijn, dat hij beste met de patiënt voor had?"
  • Dat geldt ook voor kleine kinderen, zij moeten een basisvertrouwen opbouwen zonder dat ouders steeds controlemechanismen inbouwen."

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).