De of het basisschooljeugd?

Het juiste lidwoord is:

de basisschooljeugd

Betekenis de kinderen die op de basisschool zitten

Zo gebruik je basisschooljeugd

Met lidwoordde basisschooljeugd
Dit of dezedeze basisschooljeugd
Dat of diedie basisschooljeugd
Ons of onzeonze basisschooljeugd
Jouwjouw basisschooljeugd
Elk of elkeelke basisschooljeugd
Welk of welkewelke basisschooljeugd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote basisschooljeugd, de grote basisschooljeugd

Voorbeeldzinnen met basisschooljeugd

  • "Sindsdien deelt hij vuurwerkbrillen uit onder basisschooljeugd en ik moet zeggen, geen van de ernstige slachtoffers zijn jonge kinderen, dus in onze regio werkt dat kennelijk goed.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).