De of het basisrecht?

Het juiste lidwoord is:

het basisrecht

  • Meervoud: de basisrechten
Betekenis een fundamentele aanspraak op iets die men altijd kan maken

Zo gebruik je basisrecht

Met lidwoordhet basisrecht
Dit of dezedit basisrecht
Dat of diedat basisrecht
Ons of onzeons basisrecht
Jouwjouw basisrecht
Elk of elkeelk basisrecht
Welk of welkewelk basisrecht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot basisrecht, het grote basisrecht
Meervoudde basisrechten, deze basisrechten

Voorbeeldzinnen met basisrecht

  • Ik wil dat het voor jongeren een basisrecht wordt dat ze ondersteuning krijgen vanuit de gemeente.
  • Naar de film gaan is een basisrecht.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).