De of het basisgebruiker?

Het juiste lidwoord is:

de basisgebruiker

  • Meervoud: de basisgebruikers
  • Verkleinwoord: het basisgebruikertje
Betekenis 1. iemand die de beginselen van iets kan toepassen 2. iemand die een taal op een beginners niveau beheerst

Zo gebruik je basisgebruiker

Met lidwoordde basisgebruiker
Dit of dezedeze basisgebruiker
Dat of diedie basisgebruiker
Ons of onzeonze basisgebruiker
Jouwjouw basisgebruiker
Elk of elkeelke basisgebruiker
Welk of welkewelke basisgebruiker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote basisgebruiker, de grote basisgebruiker
Meervoudde basisgebruikers, deze basisgebruikers

Voorbeeldzinnen met basisgebruiker

  • Het taalniveau dat mensen moeten leren gaat een stap omhoog, het is nu A2 (basisgebruiker) en wordt B1 (onafhankelijke gebruiker).

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).