De of het basisakkoord?

Het juiste lidwoord is:

het basisakkoord

  • Meervoud: de basisakkoorden
  • Verkleinwoord: het basisakkoordje
Betekenis 1. (muziek) elk van de 7 akkoorden (A,B,C,D,E,F,G) waarmee men de meeste liedjes op een gitaar kan begeleiden 2. overeenkomst op hoofdlijnen die de grondslag vormt voor verdere afspraken

Zo gebruik je basisakkoord

Met lidwoordhet basisakkoord
Dit of dezedit basisakkoord
Dat of diedat basisakkoord
Ons of onzeons basisakkoord
Jouwjouw basisakkoord
Elk of elkeelk basisakkoord
Welk of welkewelk basisakkoord?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot basisakkoord, het grote basisakkoord
Meervoudde basisakkoorden, deze basisakkoorden

Voorbeeldzinnen met basisakkoord

  • Er was vaak een gitarist, die niet echt goed was, maar prima overweg kon met de basisakkoorden voor Bobs ‘Blowing in the Wind’.
  • De basis gitaarakkoorden van C t/m B zijn ook wel te vergelijken met het bekende rijtje: Do, Re, Mi, Fa, Sol, La, Si.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).