De of het bankpersoneel?

Het juiste lidwoord is:

het bankpersoneel

Betekenis mensen die in dienst zijn van een bank

Zo gebruik je bankpersoneel

Met lidwoordhet bankpersoneel
Dit of dezedit bankpersoneel
Dat of diedat bankpersoneel
Ons of onzeons bankpersoneel
Jouwjouw bankpersoneel
Elk of elkeelk bankpersoneel
Welk of welkewelk bankpersoneel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bankpersoneel, het grote bankpersoneel

Voorbeeldzinnen met bankpersoneel

  • Bij het bankpersoneel, dat geconfronteerd wordt met veel ontslagen viel deze verhoging heel slecht en ook veel politici waren er niet blij mee.
  • Het bankpersoneel was op de training om de werkprestaties te verbeteren. De acht mensen met de laagste score moesten zich daarvoor verantwoorden op een podium.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).