De of het bankkantoor?

Het juiste lidwoord is:

het bankkantoor

  • Meervoud: de bankkantoren
  • Verkleinwoord: het bankkantoortje
Betekenis fysieke vestiging van een bank waar men als klant bankzaken kan doen

Zo gebruik je bankkantoor

Met lidwoordhet bankkantoor
Dit of dezedit bankkantoor
Dat of diedat bankkantoor
Ons of onzeons bankkantoor
Jouwjouw bankkantoor
Elk of elkeelk bankkantoor
Welk of welkewelk bankkantoor?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bankkantoor, het grote bankkantoor
Meervoudde bankkantoren, deze bankkantoren

Voorbeeldzinnen met bankkantoor

  • Zandbergen verwacht dat over tien jaar het traditionele bankkantoor helemaal verdwenen is.
  • Bij het openen van een bankkantoor kwalificeerde hij het doorknippen van linten spottend als de ‘core business’ van het Koninklijk Huis.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).