De of het bankierszoon?

Het juiste lidwoord is:

de bankierszoon

  • Meervoud: de bankierszoons / bankierszonen
Betekenis mannelijk persoon wiens vader bankier was als beroep

Zo gebruik je bankierszoon

Met lidwoordde bankierszoon
Dit of dezedeze bankierszoon
Dat of diedie bankierszoon
Ons of onzeonze bankierszoon
Jouwjouw bankierszoon
Elk of elkeelke bankierszoon
Welk of welkewelke bankierszoon?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bankierszoon, de grote bankierszoon
Meervoudde bankierszoons, deze bankierszoons

Voorbeeldzinnen met bankierszoon

  • De Rotterdamse bankierszoon werd als student lid van de VVD en realiseerde al op zijn 28e zijn droom: burgemeester worden.
  • Als rijke bankierszoon ging hij naar Westminster School, een prestigieuze privé-opleiding.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).