De of het bankgebouw?

Het juiste lidwoord is:

het bankgebouw

  • Meervoud: de bankgebouwen
  • Verkleinwoord: het bankgebouwtje
Betekenis gebouw waarin een bank is gevestigd

Zo gebruik je bankgebouw

Met lidwoordhet bankgebouw
Dit of dezedit bankgebouw
Dat of diedat bankgebouw
Ons of onzeons bankgebouw
Jouwjouw bankgebouw
Elk of elkeelk bankgebouw
Welk of welkewelk bankgebouw?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bankgebouw, het grote bankgebouw
Meervoudde bankgebouwen, deze bankgebouwen

Voorbeeldzinnen met bankgebouw

  • Wat betekende het kind voor mij?Er viel een stortbui op het moment dat we het dorp binnenreden en de auto achter het bankgebouw parkeerden.
  • Enkele honderden mensen hebben nog een kluisje in het bankgebouw in Oudenbosch. Ze moeten voor 1 april hun kluisje leeghalen en de sleutel inleveren.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).