De of het bangigheid?

Het juiste lidwoord is:

de bangigheid

  • Meervoud: de bangigheden
Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis 1. het (overdreven) bang zijn 2. iets wat getuigt van (overdreven) angstig zijn

Zo gebruik je bangigheid

Met lidwoordde bangigheid
Dit of dezedeze bangigheid
Dat of diedie bangigheid
Ons of onzeonze bangigheid
Jouwjouw bangigheid
Elk of elkeelke bangigheid
Welk of welkewelke bangigheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bangigheid, de grote bangigheid
Meervoudde bangigheden, deze bangigheden

Voorbeeldzinnen met bangigheid

  • Het was een soort bangigheid, zou je kunnen zeggen, maar die neutraliteit was afgesproken."

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).