De of het banenplan?

Het juiste lidwoord is:

het banenplan

  • Meervoud: de banenplannen
  • Verkleinwoord: het banenplannetje
Betekenis voornemen om de werkgelegenheid te bevorderen

Zo gebruik je banenplan

Met lidwoordhet banenplan
Dit of dezedit banenplan
Dat of diedat banenplan
Ons of onzeons banenplan
Jouwjouw banenplan
Elk of elkeelk banenplan
Welk of welkewelk banenplan?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot banenplan, het grote banenplan
Meervoudde banenplannen, deze banenplannen

Voorbeeldzinnen met banenplan

  • Het kabinet stelde toen 600 miljoen euro beschikbaar voor een banenplan en werkgevers en werknemers trokken eenzelfde bedrag uit.
  • Het kabinet heeft een fonds voor ontwikkelingssamenwerking van 250 miljoen en er wordt 300 miljoen uitgetrokken voor een banenplan.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).