De of het bamboestok?

Het juiste lidwoord is:

de bamboestok

  • Meervoud: de bamboestokken
  • Verkleinwoord: het bamboestokje
Betekenis stok gemaakt van bamboe

Zo gebruik je bamboestok

Met lidwoordde bamboestok
Dit of dezedeze bamboestok
Dat of diedie bamboestok
Ons of onzeonze bamboestok
Jouwjouw bamboestok
Elk of elkeelke bamboestok
Welk of welkewelke bamboestok?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bamboestok, de grote bamboestok
Meervoudde bamboestokken, deze bamboestokken

Voorbeeldzinnen met bamboestok

  • Een paard licht aanraken met bijvoorbeeld een bamboestok, is niet verboden.
  • De leden zijn herkenbaar aan hun uniform, de ganvesh, met korte broek, wit overhemd, zwart petje en bamboestok.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).