De of het bam?

Het juiste lidwoord is:

de bam

  • Meervoud: de bammen
  • Verkleinwoord: het bammetje
Betekenis 1. (spel) grote knikker met een doorsnee tussen 22 en 25 mm 2. (figuurlijk, informeel, anatomie) teelbal

Zo gebruik je bam

Met lidwoordde bam
Dit of dezedeze bam
Dat of diedie bam
Ons of onzeonze bam
Jouwjouw bam
Elk of elkeelke bam
Welk of welkewelke bam?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bam, de grote bam
Meervoudde bammen, deze bammen

Voorbeeldzinnen met bam

  • Deze knikkers zijn afhankelijk van de streek bekend onder de naam bonk, bul, bolder, bikkel, stuiter, bolleket, tienteller of bam.
  • Dat laat ik in mijn voorstelling bijvoorbeeld zien doordat Bep geen bammen – van die grote knikkers – van haar vader mocht pakken; hij had ze speciaal voor kinderen van opdrachtgevers gekocht.

Woorden die eindigen op bam

rambam | bombam

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met bam

bama | bamafoon | bamamodel | bamaopleiding | bamastructuur | bamba | bambi | bambino | bambiogen | bambocheur | bamboe | bamboebladroller | bamboebos | bamboeboszanger | bamboefluit | bamboefrankolijn | bamboegors | bamboekoker | bamboemaki | bamboemierklauwier | bamboepaal | bamboepalm | bamboepatrijs | bamboerat

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).