De of het balkondeur?

Het juiste lidwoord is:

de balkondeur

  • Meervoud: de balkondeuren
Betekenis (bouwkunde) een deur die van binnen een gebouw naar een balkon leidt

Zo gebruik je balkondeur

Met lidwoordde balkondeur
Dit of dezedeze balkondeur
Dat of diedie balkondeur
Ons of onzeonze balkondeur
Jouwjouw balkondeur
Elk of elkeelke balkondeur
Welk of welkewelke balkondeur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote balkondeur, de grote balkondeur
Meervoudde balkondeuren, deze balkondeuren

Voorbeeldzinnen met balkondeur

  • Gaat u alstublieft weg, ik weet ook zonder u wel wat ik moet doen, schreeuwde Rastoptsjin kwaad. Hij stond bij de balkondeur naar de menigte te kijken. 'Dit hebben ze Rusland aangedaan!'
  • De ramen en balkondeuren waren ook dicht en ze had de batterijen uit de rookmelders gehaald.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).