De of het bakkersgezel?

Het juiste lidwoord is:

de bakkersgezel

  • Meervoud: de bakkersgezellen
Betekenis (beroep) hulp van een bakker

Zo gebruik je bakkersgezel

Met lidwoordde bakkersgezel
Dit of dezedeze bakkersgezel
Dat of diedie bakkersgezel
Ons of onzeonze bakkersgezel
Jouwjouw bakkersgezel
Elk of elkeelke bakkersgezel
Welk of welkewelke bakkersgezel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bakkersgezel, de grote bakkersgezel
Meervoudde bakkersgezellen, deze bakkersgezellen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).