De of het bakengeld?

Het juiste lidwoord is:

het bakengeld

  • Meervoud: de bakengelden
Betekenis (scheepvaart) heffing van inkomende en uitgaande schepen tot dekking van de kosten van de bebakening

Zo gebruik je bakengeld

Met lidwoordhet bakengeld
Dit of dezedit bakengeld
Dat of diedat bakengeld
Ons of onzeons bakengeld
Jouwjouw bakengeld
Elk of elkeelk bakengeld
Welk of welkewelk bakengeld?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bakengeld, het grote bakengeld
Meervoudde bakengelden, deze bakengelden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).