De of het badseizoen?

Het juiste lidwoord is:

het badseizoen

  • Meervoud: de badseizoenen
Betekenis tijd van het jaar waarin een badplaats vooral bezocht wordt

Zo gebruik je badseizoen

Met lidwoordhet badseizoen
Dit of dezedit badseizoen
Dat of diedat badseizoen
Ons of onzeons badseizoen
Jouwjouw badseizoen
Elk of elkeelk badseizoen
Welk of welkewelk badseizoen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot badseizoen, het grote badseizoen
Meervoudde badseizoenen, deze badseizoenen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).