De of het badgelezer?

Het juiste lidwoord is:

de badgelezer

  • Meervoud: de badgelezers
Betekenis (informatica) apparaat dat iemands badge kan lezen waarna registratie in een informatiesysteem mogelijk is

Zo gebruik je badgelezer

Met lidwoordde badgelezer
Dit of dezedeze badgelezer
Dat of diedie badgelezer
Ons of onzeonze badgelezer
Jouwjouw badgelezer
Elk of elkeelke badgelezer
Welk of welkewelke badgelezer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote badgelezer, de grote badgelezer
Meervoudde badgelezers, deze badgelezers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).