De of het babykleren?

Het juiste lidwoord is:

de babykleren

  • Meervoud: de babykleren

Zo gebruik je babykleren

Met lidwoordde babykleren
Dit of dezedeze babykleren
Dat of diedie babykleren
Ons of onzeonze babykleren
Jouwjouw babykleren
Elk of elkeelke babykleren
Welk of welkewelke babykleren?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote babykleren, de grote babykleren
Meervoudde babykleren, deze babykleren

Voorbeeldzinnen met babykleren

  • "Ik ga bijna bevallen en heb helemaal geen nieuwe babykleren gekocht.
  • Ook zijn familiefoto's, babykleren, een kinderbedje en een wiegje te zien.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).