De of het babbelpraat?

Het juiste lidwoord is:

de babbelpraat

  • Verkleinwoord: het babbelpraatje
Betekenis 1. inhoudsloos geklets 2. geklets over iemands gedrag en handelen

Zo gebruik je babbelpraat

Met lidwoordde babbelpraat
Dit of dezedeze babbelpraat
Dat of diedie babbelpraat
Ons of onzeonze babbelpraat
Jouwjouw babbelpraat
Elk of elkeelke babbelpraat
Welk of welkewelke babbelpraat?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote babbelpraat, de grote babbelpraat

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).