De of het baanwerker?

Het juiste lidwoord is:

de baanwerker

  • Meervoud: de baanwerkers
  • Verkleinwoord: het baanwerkertje
Betekenis (beroep, spoorwegen) iemand die spoorwegen aanlegt en onderhoudt

Zo gebruik je baanwerker

Met lidwoordde baanwerker
Dit of dezedeze baanwerker
Dat of diedie baanwerker
Ons of onzeonze baanwerker
Jouwjouw baanwerker
Elk of elkeelke baanwerker
Welk of welkewelke baanwerker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote baanwerker, de grote baanwerker
Meervoudde baanwerkers, deze baanwerkers

Voorbeeldzinnen met baanwerker

  • Baanwerker is het gevaarlijkste beroep van Nederland. De zeer kleine beroepsgroep neemt in zijn eentje vijf procent van alle dodelijke arbeidsongevallen in Nederland voor zijn rekening.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).