De of het baanmeester?

Het juiste lidwoord is:

de baanmeester

  • Meervoud: de baanmeesters
Betekenis 1. (beroep, spoorwegen) beheerder van een stuk spoorweg 2. (beroep) beheerder van een ijsbaan

Zo gebruik je baanmeester

Met lidwoordde baanmeester
Dit of dezedeze baanmeester
Dat of diedie baanmeester
Ons of onzeonze baanmeester
Jouwjouw baanmeester
Elk of elkeelke baanmeester
Welk of welkewelke baanmeester?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote baanmeester, de grote baanmeester
Meervoudde baanmeesters, deze baanmeesters

Voorbeeldzinnen met baanmeester

  • Trajectchef en spoorwegingenieur Foeflygin liep samen met de baanmeester van het stationsemplacement, Pavel Ferapontovitsj Antipov, heen en weer langs de rand van de spoorbaan.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).