De of het baakgeld?

Het juiste lidwoord is:

het baakgeld

  • Meervoud: de baakgelden
Betekenis bakengeld

Zo gebruik je baakgeld

Met lidwoordhet baakgeld
Dit of dezedit baakgeld
Dat of diedat baakgeld
Ons of onzeons baakgeld
Jouwjouw baakgeld
Elk of elkeelk baakgeld
Welk of welkewelk baakgeld?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot baakgeld, het grote baakgeld
Meervoudde baakgelden, deze baakgelden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).