De of het avondtijd?

Het juiste lidwoord is:

de avondtijd

Betekenis (dichterlijk, verouderd) periode waarin de dag overgaat in de nacht

Zo gebruik je avondtijd

Met lidwoordde avondtijd
Dit of dezedeze avondtijd
Dat of diedie avondtijd
Ons of onzeonze avondtijd
Jouwjouw avondtijd
Elk of elkeelke avondtijd
Welk of welkewelke avondtijd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote avondtijd, de grote avondtijd

Voorbeeldzinnen met avondtijd

  • Gezamenlijk, vooral in de vrije avondtijd, werkten deze heren aan de redactionele inhoud van het blad.
  • En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).