De of het avondspreekuur?

Het juiste lidwoord is:

het avondspreekuur

  • Meervoud: de avondspreekuren
Betekenis tijd in de avonduren waarin een hulpverlener patiënten te woord staat

Zo gebruik je avondspreekuur

Met lidwoordhet avondspreekuur
Dit of dezedit avondspreekuur
Dat of diedat avondspreekuur
Ons of onzeons avondspreekuur
Jouwjouw avondspreekuur
Elk of elkeelk avondspreekuur
Welk of welkewelk avondspreekuur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot avondspreekuur, het grote avondspreekuur
Meervoudde avondspreekuren, deze avondspreekuren

Voorbeeldzinnen met avondspreekuur

  • Maar de minister kan zich ook de ergernis van de huisartsen voorstellen. "Ik doe daarom een oproep aan ze: doe ook eens een avondspreekuur voor je eigen patiënten die overdag werken."

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).