De of het autotelefoon?

Het juiste lidwoord is:

de autotelefoon

  • Meervoud: de autotelefoons
  • Verkleinwoord: het autotelefoontje
Betekenis mobiele telefonie vanuit de auto

Zo gebruik je autotelefoon

Met lidwoordde autotelefoon
Dit of dezedeze autotelefoon
Dat of diedie autotelefoon
Ons of onzeonze autotelefoon
Jouwjouw autotelefoon
Elk of elkeelke autotelefoon
Welk of welkewelke autotelefoon?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote autotelefoon, de grote autotelefoon
Meervoudde autotelefoons, deze autotelefoons

Voorbeeldzinnen met autotelefoon

  • Het was in principe ook af te luisteren, voor iedereen die daar de apparatuur voor had." In het begin kon je bovendien niet gelijktijdig praten via de autotelefoon …
  • Nokia ontwikkelde in de jaren '80 na een autotelefoon de eerste draadloze en mobiele telefoons.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).