De of het autoreis?

Het juiste lidwoord is:

de autoreis

  • Meervoud: de autoreizen
  • Verkleinwoord: het autoreisje
Betekenis een tocht of vakantie waarbij de auto het belangrijkste vervoermiddel is

Zo gebruik je autoreis

Met lidwoordde autoreis
Dit of dezedeze autoreis
Dat of diedie autoreis
Ons of onzeonze autoreis
Jouwjouw autoreis
Elk of elkeelke autoreis
Welk of welkewelke autoreis?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote autoreis, de grote autoreis
Meervoudde autoreizen, deze autoreizen

Voorbeeldzinnen met autoreis

  • De volgende ochtend zouden andere kameraden beginnen aan de lange autoreis naar de Palestijnse vluchtelingenkampen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).