De of het automecanicien?

Het juiste lidwoord is:

de automecanicien

  • Meervoud: de automecaniciens
Betekenis (beroep) vakman die de werking van motorvoertuigen met een carrosserie herstelt of verbetert

Zo gebruik je automecanicien

Met lidwoordde automecanicien
Dit of dezedeze automecanicien
Dat of diedie automecanicien
Ons of onzeonze automecanicien
Jouwjouw automecanicien
Elk of elkeelke automecanicien
Welk of welkewelke automecanicien?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote automecanicien, de grote automecanicien
Meervoudde automecaniciens, deze automecaniciens

Voorbeeldzinnen met automecanicien

  • Twee jaar had ze gevrijd met een automecanicien die in de zomer ook wielrenner was.
  • Volgens de vereniging zijn de automecaniciens die aan de Limburgse secundaire beroepsscholen afzwaaien, onvoldoende voorbereid op het beroepsleven.

Woorden die beginnen met automecanicien

automecanicienne

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).