De of het autokeuringsbewijs?

Het juiste lidwoord is:

het autokeuringsbewijs

  • Meervoud: de autokeuringsbewijzen
  • Verkleinwoord: het autokeuringsbewijsje
Betekenis (juridisch) schriftelijk bewijsstuk dat men de auto heeft laten keuren en dat deze in orde is bevonden

Zo gebruik je autokeuringsbewijs

Met lidwoordhet autokeuringsbewijs
Dit of dezedit autokeuringsbewijs
Dat of diedat autokeuringsbewijs
Ons of onzeons autokeuringsbewijs
Jouwjouw autokeuringsbewijs
Elk of elkeelk autokeuringsbewijs
Welk of welkewelk autokeuringsbewijs?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot autokeuringsbewijs, het grote autokeuringsbewijs
Meervoudde autokeuringsbewijzen, deze autokeuringsbewijzen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).