De of het arbiterscursus?

Het juiste lidwoord is:

de arbiterscursus

  • Meervoud: de arbiterscursussen
  • Verkleinwoord: het arbiterscursusje
Betekenis 1. (sport, onderwijs) opleiding tot scheidsrechter 2. (sport, onderwijs) bijscholing van scheidsrechters

Zo gebruik je arbiterscursus

Met lidwoordde arbiterscursus
Dit of dezedeze arbiterscursus
Dat of diedie arbiterscursus
Ons of onzeonze arbiterscursus
Jouwjouw arbiterscursus
Elk of elkeelke arbiterscursus
Welk of welkewelke arbiterscursus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote arbiterscursus, de grote arbiterscursus
Meervoudde arbiterscursussen, deze arbiterscursussen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).