De of het arbeidskaart?

Het juiste lidwoord is:

de arbeidskaart

  • Meervoud: de arbeidskaarten
Betekenis (economie) identiteitskaart die aangeeft dat iemand een werkvergunning heeft

Zo gebruik je arbeidskaart

Met lidwoordde arbeidskaart
Dit of dezedeze arbeidskaart
Dat of diedie arbeidskaart
Ons of onzeonze arbeidskaart
Jouwjouw arbeidskaart
Elk of elkeelke arbeidskaart
Welk of welkewelke arbeidskaart?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote arbeidskaart, de grote arbeidskaart
Meervoudde arbeidskaarten, deze arbeidskaarten

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).