De of het aprilweek?

Het juiste lidwoord is:

de aprilweek

  • Meervoud: de aprilweken
  • Verkleinwoord: het aprilweekje
Betekenis (tijdrekening) week in de maand april

Zo gebruik je aprilweek

Met lidwoordde aprilweek
Dit of dezedeze aprilweek
Dat of diedie aprilweek
Ons of onzeonze aprilweek
Jouwjouw aprilweek
Elk of elkeelke aprilweek
Welk of welkewelke aprilweek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aprilweek, de grote aprilweek
Meervoudde aprilweken, deze aprilweken

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).