De of het aprilochtend?

Het juiste lidwoord is:

de aprilochtend

  • Meervoud: de aprilochtenden
  • Verkleinwoord: het aprilochtendje
Betekenis (tijdrekening) deel van de dag in de maand april tussen 6.00 en 12.00 uur

Zo gebruik je aprilochtend

Met lidwoordde aprilochtend
Dit of dezedeze aprilochtend
Dat of diedie aprilochtend
Ons of onzeonze aprilochtend
Jouwjouw aprilochtend
Elk of elkeelke aprilochtend
Welk of welkewelke aprilochtend?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aprilochtend, de grote aprilochtend
Meervoudde aprilochtenden, deze aprilochtenden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).