De of het aprilgrol?

Het juiste lidwoord is:

de aprilgrol

  • Meervoud: de aprilgrollen
Betekenis grol die men op 1 april maakt en mag maken

Zo gebruik je aprilgrol

Met lidwoordde aprilgrol
Dit of dezedeze aprilgrol
Dat of diedie aprilgrol
Ons of onzeonze aprilgrol
Jouwjouw aprilgrol
Elk of elkeelke aprilgrol
Welk of welkewelke aprilgrol?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aprilgrol, de grote aprilgrol
Meervoudde aprilgrollen, deze aprilgrollen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).