De of het appelrechter?

Het juiste lidwoord is:

de appelrechter

  • Meervoud: de appelrechters
Betekenis (juridisch) rechter die een uitspraak doet in hoger beroep

Zo gebruik je appelrechter

Met lidwoordde appelrechter
Dit of dezedeze appelrechter
Dat of diedie appelrechter
Ons of onzeonze appelrechter
Jouwjouw appelrechter
Elk of elkeelke appelrechter
Welk of welkewelke appelrechter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote appelrechter, de grote appelrechter
Meervoudde appelrechters, deze appelrechters

Voorbeeldzinnen met appelrechter

  • De appelrechters hadden daar een oplossing voor.
  • Kantonrechter en appelrechter oordelen dat het ontslag terecht is gegeven.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).