De of het appelkoek?

Het juiste lidwoord is:

de appelkoek

  • Meervoud: de appelkoeken
  • Verkleinwoord: het appelkoekje

Zo gebruik je appelkoek

Met lidwoordde appelkoek
Dit of dezedeze appelkoek
Dat of diedie appelkoek
Ons of onzeonze appelkoek
Jouwjouw appelkoek
Elk of elkeelke appelkoek
Welk of welkewelke appelkoek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote appelkoek, de grote appelkoek
Meervoudde appelkoeken, deze appelkoeken

Woorden die eindigen op appelkoek

aardappelkoek

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Meervoud, verkleinwoord en vertaling: WikiWoordenboek, licentie CC BY-SA 4.0.