De of het appelgroen?

Het juiste lidwoord is:

het appelgroen

  • Meervoud: de appelgroenen
Betekenis een frisgroene kleur

Zo gebruik je appelgroen

Met lidwoordhet appelgroen
Dit of dezedit appelgroen
Dat of diedat appelgroen
Ons of onzeons appelgroen
Jouwjouw appelgroen
Elk of elkeelk appelgroen
Welk of welkewelk appelgroen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot appelgroen, het grote appelgroen
Meervoudde appelgroenen, deze appelgroenen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).