De of het appeldeler?

Het juiste lidwoord is:

de appeldeler

  • Meervoud: de appeldelers
Betekenis (huishouden) keukengerei dat een appel in één beweging ontpit en in gelijke partjes snijdt

Zo gebruik je appeldeler

Met lidwoordde appeldeler
Dit of dezedeze appeldeler
Dat of diedie appeldeler
Ons of onzeonze appeldeler
Jouwjouw appeldeler
Elk of elkeelke appeldeler
Welk of welkewelke appeldeler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote appeldeler, de grote appeldeler
Meervoudde appeldelers, deze appeldelers

Voorbeeldzinnen met appeldeler

  • De appeldeler is in vrijwel elke supermarkt te vinden, bij Blokker en bij IKEA.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).