De of het ambtsplicht?

Het juiste lidwoord is:

de ambtsplicht

  • Meervoud: de ambtsplichten
Betekenis plichten die horen bij de vervulling van een bepaald ambt

Zo gebruik je ambtsplicht

Met lidwoordde ambtsplicht
Dit of dezedeze ambtsplicht
Dat of diedie ambtsplicht
Ons of onzeonze ambtsplicht
Jouwjouw ambtsplicht
Elk of elkeelke ambtsplicht
Welk of welkewelke ambtsplicht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ambtsplicht, de grote ambtsplicht
Meervoudde ambtsplichten, deze ambtsplichten

Voorbeeldzinnen met ambtsplicht

  • De vrouw wordt verdacht van valsheid in geschrifte, handelen in strijd met haar ambtsplicht en verduistering.
  • Van Mourik sluit ook niet uit dat het notariskantoor in dit geval de wet overtreden heeft vanwege schending van de ambtsplicht.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).