De of het ambtskostuum?

Het juiste lidwoord is:

het ambtskostuum

  • Meervoud: de ambtskostuums
Regel Woorden op -um en -ium: meestal het. Bekijk de regel
Betekenis werkkleding waarmee een persoon zich onderscheidt als functionaris; kleding die passend is voor een bepaalde functie

Zo gebruik je ambtskostuum

Met lidwoordhet ambtskostuum
Dit of dezedit ambtskostuum
Dat of diedat ambtskostuum
Ons of onzeons ambtskostuum
Jouwjouw ambtskostuum
Elk of elkeelk ambtskostuum
Welk of welkewelk ambtskostuum?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot ambtskostuum, het grote ambtskostuum
Meervoudde ambtskostuums, deze ambtskostuums

Voorbeeldzinnen met ambtskostuum

  • Toen zij zijn kamer binnentrad, zat hij in ambtskostuum aan de kleine tafel, blijkbaar gereed om te gaan.
  • Voor de Tweede Wereldoorlog moesten Kamerleden op eigen kosten een ambtskostuum aanschaffen dat nu zo'n 30.000 euro zou kosten.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).