De of het ambtsbezigheid?

Het juiste lidwoord is:

de ambtsbezigheid

  • Meervoud: de ambtsbezigheden
Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis werkzaamheden die verbonden zijn aan het bekleden van een bepaald ambt

Zo gebruik je ambtsbezigheid

Met lidwoordde ambtsbezigheid
Dit of dezedeze ambtsbezigheid
Dat of diedie ambtsbezigheid
Ons of onzeonze ambtsbezigheid
Jouwjouw ambtsbezigheid
Elk of elkeelke ambtsbezigheid
Welk of welkewelke ambtsbezigheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ambtsbezigheid, de grote ambtsbezigheid
Meervoudde ambtsbezigheden, deze ambtsbezigheden

Voorbeeldzinnen met ambtsbezigheid

  • Volgens de grondwet neemt de regering Fischer onmiddellijk na haar benoeming de ambtsbezigheden in Praag over.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).