De of het amateurwielrennen?

Het juiste lidwoord is:

het amateurwielrennen

Betekenis (wielrennen) wielrennen door liefhebbers

Zo gebruik je amateurwielrennen

Met lidwoordhet amateurwielrennen
Dit of dezedit amateurwielrennen
Dat of diedat amateurwielrennen
Ons of onzeons amateurwielrennen
Jouwjouw amateurwielrennen
Elk of elkeelk amateurwielrennen
Welk of welkewelk amateurwielrennen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot amateurwielrennen, het grote amateurwielrennen

Voorbeeldzinnen met amateurwielrennen

  • Maar toen gooide de coronapandemie roet in het eten. Het hele amateurwielrennen kwam stil te liggen, waardoor Van der Lee zich niet meer kon meten in wedstrijden.
  • Een avondje stappen na afloop van het trainingskamp op Mallorca betekent dat de twee Tukkers niet in actie komen tijdens het openingsweekeinde van het Nederlandse amateurwielrennen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).