De of het amateurkampioen?

Het juiste lidwoord is:

de amateurkampioen

  • Meervoud: de amateurkampioenen
Betekenis (sport) winnaar van een kampioenstitel bij de niet-professionele sporters

Zo gebruik je amateurkampioen

Met lidwoordde amateurkampioen
Dit of dezedeze amateurkampioen
Dat of diedie amateurkampioen
Ons of onzeonze amateurkampioen
Jouwjouw amateurkampioen
Elk of elkeelke amateurkampioen
Welk of welkewelke amateurkampioen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote amateurkampioen, de grote amateurkampioen
Meervoudde amateurkampioenen, deze amateurkampioenen

Voorbeeldzinnen met amateurkampioen

  • De 48-jarige oefenmeester komt over van topklasser Achilles'29, waarmee hij afgelopen seizoen algeheel amateurkampioen werd.
  • Wellicht kan het bekerduel met de regerend algeheel amateurkampioen van Nederland voor een ommekeer zorgen.

Woorden die beginnen met amateurkampioen

amateurkampioenschap

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).