De of het alvader?

Het juiste lidwoord is:

de alvader

  • Meervoud: de alvaders
  • Verkleinwoord: het alvadertje
Betekenis (religie) de opperste godheid

Zo gebruik je alvader

Met lidwoordde alvader
Dit of dezedeze alvader
Dat of diedie alvader
Ons of onzeonze alvader
Jouwjouw alvader
Elk of elkeelke alvader
Welk of welkewelke alvader?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote alvader, de grote alvader
Meervoudde alvaders, deze alvaders

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).