De of het alpengems?

Het juiste lidwoord is:

de alpengems

  • Meervoud: de alpengemzen
  • Verkleinwoord: het alpengemsje
Betekenis (evenhoevigen) Rupicapra rupicapra rupicapra de nominaatondersoort van de gems (Rupicapra rupicapra) voor het eerst beschreven door Carolus Linnaeus in 1758

Zo gebruik je alpengems

Met lidwoordde alpengems
Dit of dezedeze alpengems
Dat of diedie alpengems
Ons of onzeonze alpengems
Jouwjouw alpengems
Elk of elkeelke alpengems
Welk of welkewelke alpengems?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote alpengems, de grote alpengems
Meervoudde alpengemzen, deze alpengemzen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).