De of het alledaagsheid?

Het juiste lidwoord is:

de alledaagsheid

  • Meervoud: de alledaagsheden
Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis iets dat heel gewoon en niets bijzonders is

Zo gebruik je alledaagsheid

Met lidwoordde alledaagsheid
Dit of dezedeze alledaagsheid
Dat of diedie alledaagsheid
Ons of onzeonze alledaagsheid
Jouwjouw alledaagsheid
Elk of elkeelke alledaagsheid
Welk of welkewelke alledaagsheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote alledaagsheid, de grote alledaagsheid
Meervoudde alledaagsheden, deze alledaagsheden

Voorbeeldzinnen met alledaagsheid

  • Het is de alledaagsheid die misschien nog wel de meeste indruk maakt: een kam waarvan een paar tanden afgebroken zijn, een roestige sleutel, een gebroken glas.
  • Een groot drama teruggebracht tot de alledaagsheid in een klein onder vuur liggend dorp.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).