De of het afwezendheid?

Het juiste lidwoord is:

de afwezendheid

  • Meervoud: de afwezendheden
Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis het niet aanwezig zijn

Zo gebruik je afwezendheid

Met lidwoordde afwezendheid
Dit of dezedeze afwezendheid
Dat of diedie afwezendheid
Ons of onzeonze afwezendheid
Jouwjouw afwezendheid
Elk of elkeelke afwezendheid
Welk of welkewelke afwezendheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote afwezendheid, de grote afwezendheid
Meervoudde afwezendheden, deze afwezendheden

Voorbeeldzinnen met afwezendheid

  • De afwezendheid der Koningin Johanna streelde hem met de blijde hoop dat Philippe le Bel niet overbiddelijk zijn zou.
  • In onze afwezendheid zult gij onze broeder Gwyde als uw heer en Graaf gehoorzamen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).