De of het afvalhout?

Het juiste lidwoord is:

het afvalhout

  • Verkleinwoord: het afvalhoutje
Betekenis hout dat men ziet als afval; hout waarvan de eigenaar geen nuttig gebruik meer kan maken

Zo gebruik je afvalhout

Met lidwoordhet afvalhout
Dit of dezedit afvalhout
Dat of diedat afvalhout
Ons of onzeons afvalhout
Jouwjouw afvalhout
Elk of elkeelk afvalhout
Welk of welkewelk afvalhout?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot afvalhout, het grote afvalhout

Voorbeeldzinnen met afvalhout

  • Die biostoom wordt geproduceerd door het stoken van houtsnippers van sloop- en afvalhout.
  • Al maanden voor Pasen beginnen de dorpen met het verzamelen van snoei- en afvalhout om de paasbult op te bouwen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).